Tag Archives: luisteren

Luisteren naar jezelf en de ander gaat nergens over.

In het begin is er het luisteren. Het dagelijkse Joodse gebed begint met het ‘Sjema Jisrael’ (‘Luister, Israel’). Het getijdengebed in de katholieke traditie opent op zijn beurt de dag met Psalm 95, die de hele dag achter het voorteken plaatst van het ‘gehoor geven’. En de moeder van alle kloosterregels, de Regel van Benedictus, inmiddels ook ontdekt door managementgoeroes, begint met de bekende oproep ‘Luister, mijn zoon…’ Zo maar drie tradities, die het leven inkaderen in de oproep en de bereidheid tot luisteren.

De tekst uit Deuteronomium 6, die de kern is van het ‘Sjema Jisrael’, is hierbij onovertroffen in zijn dichtheid. Deze verzen spreken zowel de ruimtelijke als de tijdelijke dimensie aan van het menselijke bestaan. Het Woord dient heel het leven binnen deze dimensies te doordrenken. Daarbij trekt dit Woord als het ware concentrische cirkels. Het middelpunt van de ruimte, voor zover die in beslag wordt genomen door het Woord, is het menselijk lichaam (hoofd en handen), daaromheen wordt de cirkel getrokken van de woning, het huis, het gezin en daaromheen weer de cirkel van het publieke leven: de stadspoort en de openbare weg.

Deze beweging van intiem naar omvattend wordt ook toegepast op de dimensie van de tijd. Iedere dag en elk moment worden onder het regiem van het Woord geplaatst (de gelovige moet ermee opstaan en ermee naar bed gaan, als het ware), maar ook de levensloop en de geschiedenis: het Woord wordt doorgegeven aan de volgende generaties. In dit licht is het ook consequent dat sommige vertalingen in vers zeven spreken over het ‘herhalen’ van het woord. Het luisteren naar het Woord ademt met het leven en geeft er het ritme aan.

Nu is luisteren niet zonder meer onze favoriete bezigheid. Er is een terechte argwaan gegroeid tegen het ‘luisteren’ naar gezaghebbende teksten. We hebben te veel slechte ervaringen gehad met autoritaire gehoorzaamheidsculturen in kerk en samenleving. Als we dan al luisteren, dan liever naar onze ‘innerlijke stem’, onze ‘eigen waarheid’ of naar elkaar. Dat laatste wordt vooral gekoesterd door degenen die zijn gehecht aan begrip, dialoog en verstaan – en die langs die weg willen komen tot een vreedzaam samenleven.

Laten we echter eerlijk zijn: het luisteren naar de innerlijke stem enerzijds en het luisteren naar elkaar anderzijds zijn (op zijn zachtst gezegd) ook geen succesformules. In tegendeel: het obsessief ‘naar zichzelf luisteren’ heeft de laatste tijd alleen maar geleid tot morele bijziendheid, onredelijke gelijk-hebberigheid en gemeenschap ondermijnend gedrag. En het begripvol ‘naar elkaar luisteren’ leidt niet tot oplossingen of een doorbraak uit impasses, als ik daarbij de ander en mezelf niet uitdaag, om de innerlijke burcht van de eigen waarheid te verlaten. Het is bovendien regelrecht een gevaarlijke luxe, als de problemen urgent zijn, als er veel op het spel staat, als de tijd dringt – en als daarbij ook nog evidente feiten worden genegeerd of geloochend.

Het getuigt daarom van een grote wijsheid, als de Joodse en de christelijke traditie het leven plaatsen onder het voorteken van het luisteren naar die éne Ander, naar de Derde. Het luisteren schept dan een temperende driehoeksverhouding. Ik overtroef de naaste niet met een beroep op mijn innerlijke stem. Ik geef de ander ook niet grenzeloos gelijk, omdat dialoog en begrip zo chic en politiek correct zijn. We zwijgen bescheiden en geven eerst het woord aan de Derde, aan de God van Sinaï als waarborg voor de humaniteit. Dat stemt ons enerzijds bescheiden in onze pretenties. We laten anderzijds de uitkomst van het gesprek ook niet onbeslist of in het midden, omdat we in de extase van de dialoog zijn. Er zijn immers zaken, die geen kwestie van smaak zijn en niet voor discussie vatbaar, zoals de humaniteit, vervat in de Tien Woorden of het Gelaat van de Ander.

Luisteren naar jezelf en de ander is leeg zonder de verwijzing naar de Derde. Zonder deze driehoeksrelatie gaat luisteren nergens over.