Tag Archives: politiek

Het progressieve masochisme

Het valt niet mee om progressief te zijn. De inertie van de realiteit is een moeras, waarin de stootkracht van de veranderingsgezindheid vastloopt. Tot die realiteit hoort ook en vooral datgene wat wij aanduiden met ‘politieke realiteit’: de feitelijke machtsverhoudingen en – in een democratie – de partijpolitieke voorkeuren van mensen. Elke progressief moet vroeg of laat toegeven dat hij of zij terrein heeft verloren – of zelfs de hele strijd – in zijn of haar streven naar verandering.

Nu geven mensen niet graag toe dat ze verloren hebben. De hersenen graaien in zo’n situatie diep in de evolutionaire trukendoos. Daar vinden zij tactieken om zogenaamde ‘cognitieve dissonantie’ op te lossen. Ook de progressieve hersenen doen dit vaak en de verliezer begint dan haar of zijn opvattingen en idealen aan te passen aan de gegroeide werkelijkheid – omdat de spanning tussen ideaal en realiteit anders ondraaglijk dreigt te worden.

***

Uiteraard siert het een beweging, als zij bepaalde inschattingsfouten erkent en als zij haar visies en standpunten voortdurend kritisch tegen het licht houdt. Het geeft blijk van mentale gezondheid, als iemand op rationele wijze vraagtekens plaatst bij de eigen standpunten – en vooral bij de onverzoenlijkheid waarmee hij of zij die in het verleden heeft geprobeerd te realiseren.

Bij de berouwvolle progressief gebeurt echter iets anders. De progressief begint – om de schrijnende dissonantie op te lossen, maar soms ook uit vermoeidheid of regelrechte angst – de discussie over wezenlijke zaken uit de weg te gaan. Ja: hij of zij gaat zelfs twijfelen aan de essentiële waarden waarvoor hij of zijn staat. Er is geen sprake meer van gezonde methodische en inhoudelijke twijfel, doch van fundamentele onzekerheid en substantiële twijfel aan zichzelf.

Zo ontstaat uit lijfsbehoud een praktisch, pragmatisch, ja: opportunistisch relativisme – niet zelden gevolgd door een orgastische omarming van gisteren nog verfoeide standpunten. De onvermijdelijke samenwerking met of de gedwongen omhelzing van de veelal sterkere tegenstander staat voorop. De progressief gaat soms zelfs zover, dat hij of zij de hoon van de reactionaire tegenstanders internaliseert en lacherig gaat doen over het eigen verleden.

***

De beweging die zichzelf inmiddels – met een op deze wijze geïnternaliseerde zelfspot – aanduidt als de ‘politieke correctheid’, lijkt deze weg te gaan. Men blijft niet staan bij de terechte zelfkritiek over eenzijdigheden en uitglijders uit het verdere of voorbije verleden. Nee: men organiseert interne bijltjesdagen en kastijdt zichzelf op exhibitionistische wijze. Men omarmt de knieën van de meest geduchte tegenstander – het populisme – en grijnslacht masochistisch onder de door hem toegebrachte vernederingen. Het is een gênant schouwspel, een showproces in de regie van de aangeklaagde zelf.

Alleen tegen de achtergrond van dit psychologisch mechanisme kan ik het feit verklaren, dat de media die afkomstig zijn uit de ‘politiek correcte’ stroom – en die soms met terecht gekromde tenen terugkijken op een al te eenzijdig en propagandistisch verleden – roomser willen zijn dan de paus. Blijkbaar willen zij hun fouten alsnog goedmaken, door een podium te bieden aan de woordvoerders van rechtse en revanchistische bewegingen – de verhoudingen van representativiteit uit het oog verliezend.

En alleen zó is voor mij het feit verklaarbaar, dat de late-avond-praatmannen van de VARA geregeld het werk van WNL of Powned overdoen. Onder het flinterdunne laagje journalistieke ironie is de uit welbegrepen eigenbelang voortkomende kruiperigheid zichtbaar. Maar ja, wie geeft hun ongelijk, gezien de in onze samenleving aan kracht toenemende afrekeningsretoriek?

***

Je verlies onder ogen zien, je standpunten bijstellen,  je idealen opgeven, je tegenstander zegenen: het zijn stadia in een fatale ideologische ontwikkeling, die ongemerkt in elkaar overgaan. Het lijkt er op, dat reflexen van onzekerheid en vermoeidheid, angst en lijfsbehoud het hierbij winnen van de rationele reflectie. Dit roept vragen op over de gezondheid van onze politieke cultuur.

Draagvlak

Met enige belangstelling volg ik in de nieuwsmedia de discussie over het nut en de keerzijden van het exploiteren van schaliegas. Met name ben ik geïnteresseerd in de wetenschappelijke argumenten van de deelnemers aan het debat, waarbij ik dankbaar ben voor iedere uitleg die het vraagstuk behapbaar maakt voor mijn in natuurwetenschappelijk opzicht sterk achtergebleven brein.

Het ontwikkelen van een visie wordt me echter niet makkelijk gemaakt door de irrationele vertroebeling van de discussie. Het lijkt er inmiddels op, dat de discussie over schaliegas vooral een gesprek is tussen vertegenwoordigers van eenmaal ingenomen posities, waarbij het gaat om de vraag of je er voor of tegen bent. Zo wordt het een manicheïstische strijd tussen goed en kwaad, waarbij de inzet niet bestaat in het verdiepen van inzichten en het verrijken van zienswijzen, doch in het bevestigen van standpunten.

Het onderwerp van de discussie – een bepaalde technische methode van energiewinning – wordt daarbij vaak geïsoleerd van de complexe ecologische en economische, energie- en geopolitieke context – en gereduceerd tot een overzichtelijk ‘iets’ waar je voor of tegen bent vanwege de onmiddellijke – positieve of negatieve – gevolgen. Het is alsof men discussieert over de voors en tegens van de personenauto louter op basis van uitstoot versus tijdwinst.

Ter compensatie wordt de weggeabstraheerde context vervangen door een symbolische lading. Schaliegas staat ofwel voor de broodnodige vooruitgang in de energiepolitiek ‘waar je toch niet tegen kunt zijn’ ofwel voor de machtsgreep van duistere belanghebbenden, die geen ander oogmerk hebben dan geldelijk gewin en die zijn gespeend van iedere bekommernis om andere belangen.

Door deze combinatie van verarming van het gespreksonderwerp enerzijds en de symbolische potentiëring ervan anderzijds, vervult schaliegas de functie die bijvoorbeeld de kruisraket had in de jaren tachtig. Het helpt ons om te focussen op één helder afgebakend (deel-)onderwerp (een tegemoetkoming aan de behoefte van ons ADHD-volkje aan een prikkelarme discussieomgeving). Het polariseert op aangenaam duidelijke wijze de maatschappelijke discussie. Ten slotte mobiliseert het zodoende de achterban van de strijdende partijen. Inmiddels zit mijn mailbox inderdaad vol met petities en handtekeningenacties – veelal ‘tegen’ overigens.

De irrationaliteit van de ‘discussie’ wordt nog eens versterkt doordat her en der al het ‘draagvlakargument’ de kop op steekt. Vooral tegenstanders bedienen zich hiervan. Nu is er op zich niets tegen de aandacht voor draagvlak. Uiteraard getuigt het van bestuurlijke wijsheid en van procesmatig inzicht, als beleidsmakers zich inspannen voor acceptatie van hun plannen en rekening houden met het ontbreken daarvan. (Of de coalitiepartijen van onze huidige regering dat in de praktijk zo handig aanpakken, met hun ‘uitlegcampagnes’ en ‘onderhandelen-met-de-achterban’ is een ander hoofdstuk. Acceptatie win je vooral door de achterban als gesprekspartner serieus te nemen, niet met een goedmaakbloemetje. Maar dit terzijde.)

Het is echter merkwaardig als in de discussie het belang van draagvlak wordt ingezet op het zelfde niveau als inhoudelijke argumenten, argumenten die te maken hebben met technische haalbaarheid, kosten en baten, directe en indirecte risico’s en voordelen etc. Het draagvlakargument is immers – als het al een argument is – een louter formeel en daardoor leeg argument. Als zodanig is het slechts indirect van betekenis en kan het pas in tweede instantie een rol spelen in het gesprek.

Bovendien wordt het in de praktijk vaak circulair gehanteerd. De door de tegenstanders gebezigde uitspraak ‘Er is nu onvoldoende draagvlak voor schaliegas’ betekent veelal alleen maar: ‘Wij willen dit niet omdat we het niet willen.’ Ooit werkte ik met iemand samen die zich onaangename taken van het lijf hield door te zeggen dat hij daarvoor ‘niet gemotiveerd’ was. Daar doet het draagvlakargument me sterk aan denken.

Er is overigens niet veel voor nodig om van dit lege, circulaire ‘argument’ dankbaar gebruik te kunnen maken in een populistisch kader. Er is al heel wat tegengehouden of opgeëist met het oog op draagvlak, vooral op het gebied van veiligheid en leefbaarheid, waarbij de tegensputterende pleitbezorgers van de rechtstaat nog net niet werden weggehoond. Daarmee wordt het draagvlakdenken – behalve een ondeugdelijke – ook een hachelijke wijze van argumenteren.

Ik doe graag mee aan de schaliegasdiscussie en ik sluit geen enkele (voorlopige) conclusie uit. Maar dan wel graag op basis van inhoudelijke argumenten die rechtstreeks relevant zijn voor het onderwerp.