Tag Archives: PVV

Het elite-frame

Je zou verwachten dat ze in een overwinningsroes zouden verkeren na 8 november, al die Nederlandse populisten en hun schapen. In plaats daarvan uiten ze zich vooral ‘strijdbaar’. Het is een strijdbaarheid van de verbitterde en verbeten soort. Sterker dan voorheen slaan ze hun wraakzuchtige toon aan en beloven ze af te rekenen met establishment en elite.

Ook ik – als lid van de groep waarmee blijkbaar een appeltje moet worden geschild (PvdA-lid, actief in ontwikkelingssamenwerking en cultuurconsument) – voel me in toenemende mate geïntimideerd, maar vooral geïrriteerd. Ja: ik wordt ronduit chagrijnig te worden over de gemakzucht waarmee mensen en groepen als elite worden gelabeld – en vervolgens vogelvrij worden verklaard. De emotionele lading van mijn irritatie heeft een heel persoonlijke achtergrond.

Ik kom uit een hard werkend lager-middenklasse milieu – in die zin ben ik een atypische remonstrant. Dat betekende concreet het volgende. De weinige, maar wel reële kansen die we hadden om ons te ontplooien, moesten we goed benutten. We mochten niet klagen, maar moesten problemen oplossen en eraan werken. Voor de kansen moesten we niet slaafs dankbaar zijn, maar wel erkentelijk, ze niet als een vanzelfsprekend recht beschouwen. Mensen die het slechter hadden – en die waren er altijd – die moest je helpen. Je moest niet passief voor de TV hangen, maar je blik en geest verruimen, naar concerten gaan en als het even kon een boek lezen. Kortom: leven en samenleven was iets waar je moeite voor deed.

Dit was allemaal te vinden op mijn paplepel. Het heeft me gemaakt tot wat en wie ik nu ben. Het heeft mijn ‘levensvorm’ bepaald. Bij deze ‘levensvorm’ horen ook bepaalde opvattingen en keuzes, ook politieke. Ik ben er overigens niet arm door geworden, maar zeker ook niet rijk. Ik ben een gewone ‘hard werkende’ Nederlander. En hier komt mijn toorn: ik laat mijn levensvorm en opvattingen nu niet meer wegzetten als elitair, omdat ze voor anderen ongemakkelijk zijn. Het is gewoon burgerfatsoen, de ethiek van gewone mensen. Niks elite.

Beste ‘volksmensen’: monopoliseer niet je ‘gewoon zijn’. En houd alsjeblieft op met het dreigen met bijltjesdagen en afrekeningen. Met alle respect: je wekt en bevestigt alleen maar het vermoeden, dat je verwend en rancuneus bent. Zo verwend dat je alleen maar kunt afpakken en afbreken in plaats van opbouwen. Ik wil je zorgen delen en je serieus nemen. Maar help me daarbij dan ook. Diva-gedrag helpt in elk geval niet.

***

 

De bovenstaande column verscheen eerder op de website van de remonstranten.

Luisteren… en dan?

We moeten meer en beter  luisteren naar de achterban van populistische politici, zo wordt ons de laatste tijd steeds vaker onder de neus gewreven. De verkiezingsoverwinning van Trump heeft dit geluid versterkt. Het klinkt zowel uit de mond van de aanhangers van populisten als uit de mond van boetvaardige voormalige critici. Als vertegenwoordiger van datgene wat blijkbaar de ‘elite’ is, weet ik eerlijk gezegd geen raad met dit advies.

Om te beginnen – zo vraag ik me af – doen we toch niet anders dan ruimte geven aan de stem van bezorgd rechts? Godzijdank is in ons land de ‘achterban’ voldoende vertegenwoordigd, onder andere door een jaloersmakend grote fractie in ons parlement. Deze volksvertegenwoordigers nemen toch gewoon deel aan de politieke processen – en daarbuiten aan het maatschappelijk debat?  Zelfs in de programma’s van de vermaledijde ‘linkse’ publieke omroep schuiven ze geregeld aan in talkshows – tenzij ze natuurlijk zelf weigeren te komen, zoals kennelijk het geval is. Wat is er dan nog meer nodig? 

Natuurlijk moeten we de achterban van politici serieus nemen – maar wat betekent dit anders, dan dat er vrije verkiezingen plaatsvinden en dat de verkozenen mogen meedoen aan het politieke spel en het maatschappelijke debat? Of geldt dit alleen voor de andere partijen en hebben de populisten recht op iets extra’s? En wat is dat dan?

O, misschien worden ze geboycot?! Daarvan zie ik echter geen tekenen. Politici van de PVV of verwante partijen zijn, als gezegd, niet van het televisiescherm weg te branden. Vervolgens zijn er nog de commentatoren in talkshows en de columnisten van kwaliteitsbladen, die het opnemen voor de PVV. Uiteraard beweren en bezweren zij, dat ze slechts opkomen voor het goed recht van de PVV om zich te uiten. Begrijpelijkerwijs willen ze zich niet inhoudelijk branden aan partijstandpunten. Niettemin blijkt vaak bij het doorvragen of doorlezen (of als je hen volgt in de social media) dat ze gewoon standpunten van de PVV en haar zusterpartijen delen. Dat mag natuurlijk, maar zeg dan niet dat je club wordt genegeerd.

Maar wacht. Ik maak me er waarschijnlijk te makkelijk van af. Het gaat er natuurlijk niet om, dat we standpunten voor kennisgeving aannemen, maar dat we de laag daaronder aanboren en de motieven opdiepen. Dit wordt me echter wel erg moeilijk gemaakt door de dubbele boodschap van de klagers. Enerzijds wordt geroepen, dat je moet luisteren naar de emoties en ‘zorgen’ die er schuilen ‘achter’ het stemgedrag van mensen. Zeg dan echter niet van PVV-stemmers, dat het bange en boze mensen zijn uit bepaalde achtergestelde milieus, wier grieven je best wel serieus wilt nemen. Dan klinkt namelijk als weerwoord, dat je geen recht doet aan de rationaliteit van deze kiezers – waarbij wordt verwezen naar de evenwichtige demografische samenstelling van de groep, waarvan ook hoogopgeleiden deel uitmaken.

Los van het merkwaardige feit, dat de hoogopgeleiden erbij moeten worden gehaald om het denkniveau van de PVV-achterban te onderbouwen – hetgeen niet van veel respect getuigt voor de bewoners van achterstandswijken in deze achterban – roept dit verweer de vraag op, wat ‘meer en beter luisteren’ dan precies betekent. Als mensen rationeel kiezen voor de PVV, kiezen ze toch gewoon bewust voor het programma en de erin vervatte standpunten van die partij? En dat programma en die standpunten zijn toch gewoon bekend, duidelijk en ondubbelzinnig? Daarvan nemen we toch kennis en daarmee gaan we toch in discussie? Is dat dan geen luisteren? Wat is er dan meer nodig?

Ik vermoed eerlijk gezegd dat men met luisteren in dit verband gewoon bedoelt ‘gelijk geven’. Blijkbaar is kritiek niet gewenst. Blijkbaar kan men niet ermee leven dat onze samenleving is gebaseerd op een veelvoud aan opinies – en dus ook op de bereidheid je verlies te incasseren als je in de minderheid bent. Je mag van mij heus wel begrip en erkenning vragen, maar dat is iets anders dan gelijk eisen. (Je mag van mij  – om concreet te zijn – vergen dat ik de problemen in bepaalde wijken onderken – dat doe ik – maar dat betekent nog niet dat jouw ‘oplossingen’ de juiste zijn.) Er zijn overigens wel meer mensen en groeperingen, voor wie ik begrip heb, zonder dat ik het recht opgeef een (eventueel fel) oordeel te hebben over hun opvattingen en gedragingen – zoals DENK, het spiegelbeeld van de PVV, of andere slachtoffer-  en complotdenkers.

Wat het luisteren tenslotte bemoeilijkt is, dat er vaak zo weinig te beluisteren valt. Als woordvoerders of beschermers van de PVV optreden in de media bestaat hun boodschap vooral in de autoreferentiële klacht dat er zo weinig wordt geluisterd. Verder dan het herhalen van deze meta-boodschap komen ze vaak niet. Als je wilt dat er naar je wordt geluisterd, help me dan en kom met de inhoudelijke uitspraken waarnaar ik moet luisteren – en blijf niet steken in het herhalen van de klacht dat er niet wordt geluisterd.

Kortom: ik wil luisteren en ik doe niet anders. Ik wil het gesprek voeren. Ik ben ook de laatste om processen te voeren. (In die zin was en ben ik ook tegen het strafproces tegen Wilders.) Als er echter meer nodig is, dan hoor ik graag een overtuigend antwoord op de vraag, waarin dat ‘meer’ bestaat.

Waarom historische vergelijkingen afleiden van de kern van het probleem PVV

Het is tenenkrommend. Je zit op een feestje waar een felle discussie woedt. Je bent het met iemand hartgrondig eens in die discussie en voelt je dus gesteund. Plotseling begint die persoon echter argumenten in te brengen of tactieken te hanteren, die je standpunt schade toebrengen en je positie ondermijnen.

Zo vergaat het me geregeld bij de debatten over het populisme in het algemeen en de PVV van Wilders in het bijzonder. Bij het koffieapparaat, tijdens borrels, op de social media en – God betere ‘t – zelfs in de grote-mensen-media wordt de positie van de PVV-tegenstanders voortdurend verzwakt doordat een deel van die critici de plank misslaat. Dat gebeurt mijns inziens als de PVV rechtstreeks, zonder enige analytische onderbouwing en nuance, één op één wordt vergeleken met neofascistische of neonazistische bewegingen, ja: met het nazisme zelf, of als ze een racistische beweging wordt genoemd. Een onderdeel van deze misleidende retoriek bestaat erin, dat de doelwitten van de populisten op dezelfde simplificerende manier gelijk worden gesteld met de slachtoffers uit het verleden en dat bijvoorbeeld de moslims of de Marokkanen de ‘Joden van nu’ worden genoemd.

Misleidende vergelijkingen
Dergelijke vergelijkingen sluiten de weg af voor elke analytische discussie – en zijn ook gewoon onwaar. De PVV is op zich al griezelig genoeg: ik kan deze beweging en haar leden echter niet betrappen op stelselmatige en statutair verankerde discriminatie op basis van huidskleur of herkomst – laat staan op plannen voor een systematische uitroeiing van een bepaalde bevolkingsgroep. Uiteraard kan een sombere waarnemer voor allerlei hellende vlakken waarschuwen, maar dat is argumentatief altijd een zwaktebod.

En wat de doelwitten van de populisten betreft: zelfs als de PVV (dit bij wijze van gedachte-experiment aannemend) de moslims als groep zou willen verdrijven of verdelgen, dan hebben we altijd nog te maken met een groep die – bij alle interne verschillen – landelijk en mondiaal in een heel andere positie verkeert dan de Joden in het begin van de 20e eeuw. We hebben niet te maken met een in de verstrooiing levende, opgejaagde minderheid die zich koest moet houden, doch met een weerbaar, aanzienlijk deel van de wereldbevolking dat – om met Abel Herzberg te spreken – geopolitiek geenszins een ‘ongedekte cheque’ is. Moslims van de meeste stromingen in ons land kunnen zich bijvoorbeeld vrijwel altijd verschuilen achter een hand aan het uiteinde van een lange arm, die vanuit een ver of nabij land wordt uitgestrekt. Dat zij hun tot op zekere hoogte gegund. Hun heiligverklaring tot vogelvrije slachtoffers is in elk geval misplaatst.

De kern: rancune
Het helpt niet echt om Wilders te vergelijken met Mussert of Hitler of om zijn doelwit, de moslimgemeenschap te vergelijken met het opgejaagde Joodse volk in de diaspora. Daarmee ga je voorbij aan de kern. Die kern is onder meer, paradoxaal genoeg, benoemd door Sybe Schaap. (Ik zeg paradoxaal omdat Schaap dezer dagen juist is aangevallen op vergelijkingen met het Derde Rijk en de NSB. Daarbij hebben die vergelijkingen in hun retorische context echter juist betrekking op enkele specifieke details en zijn ze niet bedoeld als globale één-op-één-gelijkstellingen.) Het probleem van de populisten en van Wilders zit niet in hun haat jegens de islam en zelfs niet in de onzalige provocaties van moslims – die waarschijnlijk alleen maar tot meer terrorisme zullen leiden. Ik waag zelfs te betwijfelen of dit voor Wilders zelf het hart van de zaak is. Want aan wie heeft hij nu ècht een broertje dood?

Het essentiële probleem zit in de rancune jegens diegenen die door Wilders en de zijnen worden bestempeld als de elite of als het establishment. De kern zit in de haat versus diegenen die het niet met hen eens zijn als het gaat over o.a. de Islam. Het probleem zit in het voortdurend gedreig – door Wilders en mensen als Bosma en Baudet – met een grote afrekening: een afrekening waarvan een voorproefje bestaat in het treiteren van de ‘elite’ door moreel, cultureel en sociaal erfgoed ter discussie te stellen. Het probleem zit in het dreigen met een directe democratie, waarin straks uw boze buurman zonder rekenschap te hoeven afleggen rechtstreeks over uw en ons aller lot gaat beslissen, en waarin ‘begrip’ bestaat voor in lichamelijk geweld ontaardende opstanden. Het probleem zit hem in het sluipenderwijs opbouwen van een lynchmaatschappij – een opbouw die mogelijk is doordat sidder-alen als VVD-er Zijlstra in het stof kruipen voor Wilders c.s.

De laatsten willen van Nederland een zwaar bewaakt openluchtmuseum maken – bewaakt tegen mensen van buiten, maar vooral ook op subtiele wijze tegen dissidenten van binnen. Wilders en zijn beweging zijn daarom op zich en in zich al kwaadaardig genoeg. Een vergelijking met wat dan ook uit de geschiedenis voegt daar niets aan toe en leidt alleen maar af van de echte discussie.