De crisis van het goede, het ware en het schone als provocatie

Het goede, het ware en het schone: ze zijn de fundamentele passies en inspiraties van mijn bestaan. Ik bedoel die laatste twee begrippen dan niet in de banale zin, zoals ze godbetert worden gebruikt in de goed-gevoel-industrie, waar het erom gaat het kwijnende en sappelende ik te stabiliseren. Ten diepste duidt passie op een aangedaan zijn, op het feit dat ik ondanks mezelf door iets buiten mezelf wordt geraakt, uit mijn baan gebracht en gedestabiliseerd. En inspiratie duidt erop, dat iets anders bezit van me neemt. Passie en inspiratie geven me geen goed gevoel, maar bezorgen me in het beste geval een slecht geweten en een rusteloze ziel.

Zo zijn ook de passies en inspiraties van het goede, het ware en het schone geen verrijking van mijn geestelijke inventaris (tenzij ze op snobistische wijze worden geïnstrumentaliseerd), maar angels in mijn vlees. Ze vormen een voortdurende drijfveer en onrust. Ze dringen zich op een hinderlijke manier op, vragen te pas en te onpas aandacht. Bij schrijnend onrecht, word ik geprovoceerd om ethisch kleur te bekennen. Bij hemeltergende manipulaties van de waarheid, word ik uitgedaagd om mezelf en de ander te dwingen tot een rationele, argumentatieve discussie. En als kitsch koning kraait, moet ik de altijd weer zo weerloze schoonheid in bescherming nemen.

Deze situaties hebben vaak een existentieel karakter. Als individu sta ik onvoorbereid en ongewapend voor deze provocaties. Gelukkig hebben we ook gemeenschappen en instituties in het leven geroepen, omwille van het goede, het ware en het schone – bijvoorbeeld democratische en rechtsstatelijke structuren, politieke en religieuze bewegingen, wetenschappelijke instituten, kunstinstellingen. Door deze gemeenschappen en instituties, sta ik als individu niet alleen voor de verantwoordelijkheid voor het goede, het ware en het schone. Ze geven structuur en continuïteit aan passie en inspiratie – en aan het handelen dat eruit voortvloeit.

Wat gebeurt echter als deze gemeenschappen en instituten perverteren? Als ze zichzelf ontrouw worden en als hun dynamiek in zijn tegendeel verkeert? Religieuze gemeenschappen blijken onderdak te hebben geboden aan structuren van seksueel misbruik. – Wetenschappers blijken steeds vaker op de loonlijst te staan van dubieuze machthebbers of bedrijven. – Een politieke partij met een integere, ja: heroïsche geschiedenis, de Duitse sociaaldemocratische partij, heeft zich de afgelopen twintig jaar laten inspinnen door Wladimir Poetin – met dramatische gevolgen, zoals nu aan het licht komt. – Kunstinstellingen blijken niet vrij te zijn van intern machtsmisbruik, seksueel geweld en politieke omkoopbaarheid.

In zulke crisissituaties sta ik er als individu weer alleen voor. Het goede, ware en schone zijn dan weer aangewezen op de enkeling – om in bescherming te worden genomen tegen of bevrijd uit de instituties, die in het leven zijn geroepen om hun een onderdak te bieden, maar die tot een gevangenis zijn geworden. Het zijn ‘liminale’ situaties, waarin de passie en de inspiratie voor de grote drie een nieuwe bedding zoeken. Ze markeren het einde van een tijdperk, maar luiden ook het begin in van een hervormingsproces, waarin bezielde en gedreven mensen een nieuw huis bouwen voor het goede, het ware en het schone.

Geef een antwoord