Verder kijken

De oorlog van Rusland tegen de Oekraïne heeft veel vanzelfsprekendheden onderuitgehaald. In Duitsland is men bijvoorbeeld bezig met een herbezinning op de Ruslandpolitiek tijdens de laatste decennia. Gewezen en huidige sociaaldemocratische leiders vallen van hun voetstuk of lopen op zijn minst imagoschrammen op. De een is beter in het toegeven van misrekeningen dan de ander – maar men lijkt het erover eens, dat de Ruslandpolitiek van de afgelopen twintig jaar eraan heeft bijgedragen, dat Poetin steeds vaster in het zadel kwam te zitten en het Westen uiteindelijk schaakmat kon zetten.

Inmiddels is de discussie ook aangekomen bij de positie van ex-bondskanselier Angela Merkel, die afgelopen winter nog met groot eerbetoon het podium kon verlaten. Haar beroemde motto, dat de politiek de kunst van het mogelijke is, wordt steeds sterker aan de kaak gesteld. Zo is de vraag gesteld, of zij zich in filosofische zin eigenlijk wel aan dat motto heeft gehouden. Hebben haar regeringen zich niet vooral laten leiden, ja dicteren door de feitelijkheid en de brute werkelijkheid? Was zij niet vooral gebiologeerd door wat er allemaal juist níet mogelijk leek? Heeft zij dus de mogelijkheid in de eigenlijke zin van het woord wel echt verkend en een kans gegeven? Heeft zij mogelijkheid en werkelijkheid niet verward?

Tegen die achtergrond kwam het oude begrippenpaar van de Oostenrijkse schrijver Musil weer bij me boven. Is er naast een ‘realiteitszin’, zo vroeg deze zich af, niet ook zoiets als een ‘mogelijkheidszin’, een creatief gevoel voor datgene wat er mogelijk is buiten en boven de realiteit? Een zintuig voor de nog niet tot ons doorgedrongen bedoelingen van God met de mensen?

Misschien is geloven, vooral als dat wordt verstaan in de zin van de remonstrantse ‘geloofsbelijdenis’ uit 2006, wel bij uitstek de ontplooiing van deze mogelijkheidszin, de bereidheid tot gedachte-experimenten, de bereidheid tot het spelen met gedachten. Natuurlijk is dit geen vrijblijvend en risicoloos spel. Het is ook spelen met vuur. Het is geen gedagdroom, maar een vorm van ‘wakkerheid’ of waakzaamheid. Het is een vurig, geest-gedreven spel dat ons de stoute schoenen doet aantrekken, om de ‘werkelijkheid’ achter ons te laten, omdat die slechts een voorbijgaande schaduw blijkt te zijn van ‘het koninkrijk dat is en komen zal, waar God voor eeuwig zijn zal: alles in allen.’

Deze column verscheen deze maand in Vensters Open, het maandblad van de Remonstranten in Zuid-Nederland.

Geef een antwoord